Dries creëerde een werk met natuurlijke materialen – gras, aarde en zand – 10 x 10 x 10 meter groot en 60 cm diep en hoog) bestaande uit een verdieping en een verhoging van het landschap, uitgevoerd met wiskundige precisie. Hij wou met dit werk naar eigen zeggen een kosmisch gevoel scheppen. Het tijdelijke werk kreeg de titel meditatieve ruimte het zelf zijn.

Het oorspronkelijke werk wordt in concept geschonken aan het museum door de Estate Jan Dries, die de nabestaanden van de kunstenaar vertegenwoordigt en het schenkingsvoorstel van hem uit 2014 uitvoert. Ook twee marmeren maquettes en het archief met schetsen, collages en fotografie die bij de verschillende versies van het werk horen, komen in de collectie van het Middelheimmuseum terecht.
De heruitvoering van het werk is gefinancierd door de Middelheim Promotors en gerealiseerd door Thierry Buelens van Gardenair tuinarchitectuur. Kristl Bakermans van AIDarchitecten tekende voor de nieuwe materialisatie en volgt samen met Jet Dries-de Kort, Peter de Kort en de cel Collecties van het Middelheimmuseum de uitvoering op.
Over Jan Dries
Jan Dries (1925-2014) studeerde aan de Antwerpse Kunstacademie en het Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Aanvankelijk legt hij zich toe op keramiek: gebruiksvoorwerpen, maar ook autonome sculpturen. In 1958 kreeg het kunstenaarscollectief G58-Hessenhuis toelating van burgemeester Lode Craeybeckx om in het Hessenhuis een tentoonstelling te organiseren: als antwoord op de Wereldtentoonstelling te Brussel poogden jonge Antwerpse kunstenaars aandacht te vestigen op de kunst die op dat ogenblik in hun stad geproduceerd werd. G58 stond voor pluralistische en experimentele kunst en Jan Dries stond mee aan de wieg van de kunstenaarsgroepering.